Hoe maak je een planning die je volhoudt?
Je maakt een planning. De eerste dagen lukt het. En dan komt er een dag met veel pijn, of een afspraak die uitloopt. Je loopt achter en na een week kijk je er niet meer naar. Dat ligt niet aan jou. Het ligt aan de planning. In dit artikel lees je hoe je er een maakt die wél bij je past.
Waarom houdt een planning vaak geen stand?
De meeste planningen gaan uit van een gemiddelde dag. Maar jouw dagen zijn niet gemiddeld. De ene dag heb je energie voor drie klussen, de andere dag lukt er één.
Een planning die daar geen rekening mee houdt, klopt binnen een week niet meer. En dan voelt het alsof jij hebt gefaald, terwijl het schema gewoon niet paste.
Sta daarom eerst stil bij één vraag: waarvoor gebruik jij een planning eigenlijk?
- Om overzicht te houden, zodat je niks vergeet?
- Om rust te krijgen in je dag?
- Om fouten te voorkomen, zoals een afspraak missen?
- Om minder spanning te voelen?
Merk je dat je steeds meer gaat plannen, met steeds meer lijstjes, maar juist minder rust voelt? Dan zit de oplossing niet in nóg een schema. Kijk dan naar wat eronder zit. Bijvoorbeeld de angst om iets belangrijks te vergeten, of hoge eisen aan jezelf.
Een planning is een hulpmiddel. Hij is er voor jou, niet andersom. Met dat idee in je achterhoofd werken de tips hieronder het best.
Tip 1: Begin met wat echt moet
Niet alles is even belangrijk. En niet alles hoeft vandaag.
Maak eerst een lijst van alles wat in je hoofd zit. Alles, groot en klein: de rekening betalen, de plant water geven, een cadeautje kopen, terugbellen naar de gemeente. Dat lucht al op, want dan hoef je het niet meer te onthouden.
Kijk daarna welke dingen echt vandaag moeten. Die rekening die morgen verloopt: vandaag. Dat cadeautje voor volgende week: kan wachten. Zet wat moet bovenaan, de rest mag naar een andere dag.
Kies per dag maximaal drie dingen die af moeten. Bijvoorbeeld: apotheek bellen, was draaien, en boodschappen. Lukt er meer? Mooi meegenomen. Lukt het niet? Dan heb je in elk geval het belangrijkste gedaan.
Werk met drie lijstjes: “moet vandaag”, “mag deze week” en “ooit”. Zo blijft je dag overzichtelijk.
Tip 2: Plan rust net zo hard in als taken
Een planning is niet alleen een lijst met taken. Rust hoort er net zo goed bij.
Zet pauzes in je dag, op vaste momenten. Na de boodschappen een half uur op de bank. Tussen twee klusjes door even een kop thee.
Dat is geen verloren tijd. Je houdt het er juist langer mee vol. En je voorkomt dat je aan het eind van de dag helemaal op bent.
Tip 3: Volg je eigen ritme
Iedereen heeft momenten op de dag waarop het beter gaat. Ken die van jezelf.
Heb je 's ochtends de meeste energie? Doe dan de zware klussen vroeg, zoals stofzuigen of een lastig telefoontje. Zak je 's middags in? Plan dan iets rustigs, zoals de post doorkijken.
Let een week lang op wanneer het het beste gaat. Schrijf het op. Daarna weet je welke uren je het best kunt gebruiken voor wat er echt moet.
Tip 4: Laat ruimte over
Een dag helemaal volplannen werkt bijna nooit.
Plan niet zes klussen op één dag, maar drie. Houd de rest van de dag vrij. Als de dokter dan uitloopt of je een slechte dag hebt, gooit dat niet meteen je hele planning om.
Blijft er tijd over? Dan pak je iets van je lijstje “mag deze week”. Maar dat hoeft niet.
Tip 5: Gebruik een planningstool die bij je past
Een planning in je hoofd houden is zwaar. Schrijf het op, dan hoef je het niet te onthouden.
Wat past bij jou?
- Een papieren agenda of een kalender aan de muur: fijn
als je graag iets ziet en aanraakt, en meteen de hele week overziet - De agenda op je telefoon: die geeft een seintje voor
een afspraak, en herhaalt vaste dingen vanzelf - Een to-do-app zoals Google Taken, Microsoft To Do of
Todoist: om taken af te vinken, wat een fijn gevoel geeft - Een simpel notitieblok naast je bed: voor dingen die 's
nachts in je hoofd schieten, zoals “denk aan de tandartsafspraak”
De beste planningstool is de tool die je echt gebruikt. Begin simpel, bijvoorbeeld met alleen een briefje op de koelkast. Je kunt altijd nog uitbreiden.
Zet vaste dingen die terugkomen als herhaalde herinnering in je telefoon: je medicijnen om 8 uur, de vuilnisbak buiten op dinsdag, de wekelijkse belafspraak. Dan hoef je er niet meer aan te denken.
Tip 6: Werk met vaste momenten
Vaste momenten geven houvast. Je hoeft dan niet elke keer opnieuw na te denken wanneer iets moet.
Bijvoorbeeld:
- Maandagochtend: de week vooruit kijken, welke afspraken
staan er? - Elke avond: vijf minuten voor de volgende dag
klaarleggen, zoals je pillen of je tas - Een vaste boodschappendag en een vaste
wasdag
Koppel een nieuwe gewoonte aan iets wat je toch al doet. Bijvoorbeeld: terwijl de koffie doorloopt, kijk je je lijstje door. Zo wordt het vanzelf een routine.
Tip 7: Wees mild als het anders loopt
Sommige dagen lopen anders dan je plant. Een slechte nacht, een dag met veel pijn, een afspraak die uitloopt. Dat hoort erbij. Het zegt niks over jou.
Is de was blijven liggen of heb je de apotheek niet gebeld? Schuif het door naar morgen. Je hoeft jezelf niks te verwijten.
Kijk aan het eind van de week eens terug. Wat ging goed? Wat kostte te veel? Plande je bijvoorbeeld te veel op je drukke dagen? Pas je planning daarop aan. Zo past hij elke week een beetje beter bij jou.
Even samenvatten
Een planning die je volhoudt, houdt rekening met jouw dagen. Sta eerst stil bij wat plannen voor jou doet. Meer lijstjes geven niet altijd meer rust.
Kies daarna elke dag een paar dingen die echt moeten en laat de rest wachten. Plan rust net zo hard in als taken, volg je eigen ritme en laat ruimte over. Gebruik een planningstool die bij je past en werk met vaste momenten. En wees mild voor jezelf als een dag anders loopt.
Wat nu?
Pak een pen, je telefoon of een leeg blaadje. En begin
hiermee:
- Schrijf alles op wat nu in je hoofd zit, van de
rekening tot de boodschappen - Streep aan wat vandaag echt moet (maximaal drie dingen)
- Kies één vast moment dat je vanaf nu aanhoudt, zoals
elke avond je tas klaarzetten
Meer hoeft vandaag niet. De rest komt vanzelf.